Gedaald welbevinden, geknakt vertrouwen

In dit onderzoek onder hbo- en wo-studenten heeft stichting Lieve Mark in samenwerking met het Nederlands Jeugdinstituut, gekeken naar de impact van de coronacrisis op hun mentaal welbevinden en hun vertrouwen in de politiek. Hiervoor hebben we gebruikgemaakt van vijf verschillende enquêtes die zijn uitgezet door Lieve Mark, verspreid over de periode van oktober 2020 tot december 2021. Ter aanvulling van de enquêtes hebben we een literatuurstudie gedaan en focusgroepen georganiseerd om studenten en beleidsmakers de resultaten te laten duiden. Voor de aanbevelingen hebben we inspiratie opgedaan aan gesprekstafels met studenten en bestuurders tijdens het Time Out Café op 14 oktober 2021 in Delft.

Resultaten mentaal welbevinden

Het mentaal welbevinden van studenten is gedaald. Het instellen van een lockdown blijkt telkens als katalysator voor die daling te hebben gewerkt. Over de periode tussen maart 2020, het begin van de coronacrisis, en medio december 2021, ten tijde van de avondlockdown, beoordeelden studenten hun mentaal welbevinden op een schaal van 1 tot 10 met gemiddeld een 5,9. Hiermee lag dit cijfer 1,5 punt lager dan in de winter van 2019, voordat de coronapandemie uitbrak. Over de hele periode van voorjaar 2020 tot december 2021 geeft gemiddeld 22 procent van de studenten hun leven een zware onvoldoende (een 4 of lager), terwijl 8 procent dat in de winter van 2019 deed.

Het gevoel van jongeren over het vertegenwoordigd zijn in de politiek blijkt van significante invloed te zijn op dat welbevinden. Daarnaast kunnen we op basis van de focusgroepen concluderen dat studenten sinds de coronacrisis in twee groepen te verdelen zijn, die tegengesteld reageren op de pandemie.

  • Enerzijds zijn er studenten die sinds de coronacrisis juist extra hard zijn gaan studeren en presteren. De motivatie van deze groep was de verwachting dat ze na de crisis meer ruimte zouden krijgen om feestjes en uitgaan in te halen.
  • Anderzijds zijn er studenten die door beperkende coronamaatregelen juist eenzamer waren, hun motivatie hebben verloren of zich zijn gaan vervelen. Uit verveling zijn zij tijdens de coronacrisis juist meer middelen gaan gebruiken. Zij verwachten na corona juist minder alcohol te drinken en minder drugs te gebruiken, omdat zij dan hun motivatie voor hun studie denken terug te vinden. De enquêtes en focusgroepen lijken daarnaast te suggereren dat het hebben van meer huisgenoten ook tot meer middelengebruik leidt.

Meer dan de helft van de studenten geeft daarnaast aan dat de lat om te presteren sinds de coronacrisis hoger ligt. Zij wijten dit aan vergrote focus op studie en presteren door gebrek aan sociale activiteiten. 45% van de studenten is van mening dat zij niet een even volwaardig diploma hebben als studenten die voor corona afstudeerden.

Resultaten inspraak en vertrouwen in politiek

Studenten geven aan dat ze de politiek sinds de coronacrisis meer zijn gaan volgen dan daarvoor en daardoor meer betrokken en kritischer zijn. Van de respondenten stelt 50 procent dat hun vertrouwen in de politiek sinds de coronacrisis ‘lager’ is en 27 procent noemt het ‘veel lager’.

Daarnaast zegt 76 procent van de studenten dat zij zich niet goed vertegenwoordigd voelen in de politiek of door de overheid. Deze grote groep heeft het gevoel vergeten te worden of er niet toe te doen. Het vertrouwen dat studenten hebben in de politiek hangt samen met hun mentaal welbevinden. Studenten die niet het gevoel hadden dat hun belangen behartigd werden door de lokale of landelijke politiek, scoorden lager op mentaal welbevinden dan studenten die dat gevoel wel hadden.

Ook zeggen studenten dat zij door de coronacrisis het belang van vertegenwoordiging meer zijn gaan inzien. Studenten voelen zich over het algemeen het meest vertegenwoordigd door landelijke studentenvertegenwoordigers, studentenverenigingen en maatschappelijke initiatieven.