Jonge kiezers in een complex Europa

In dit onderzoek onder studenten in Nederland heeft stichting Lieve Mark in samenwerking met YoungXperts en Erasmus SYNC lab onderzocht hoe studenten kijken naar de Europese Unie en Europese verkiezingen en hoe de betrokkenheid van studenten bij de Europese Unie vergroot kan worden. Daarvoor zijn interviews afgenomen met experts, waaronder hoogleraren en Europarlementariërs, en met studenten zelf. Daarnaast is literatuuronderzoek uitgevoerd om trends in het stemgedrag van studenten te bestuderen. Tot slot is een survey breed uitgezet waarvan antwoorden van 117 studenten in heel Nederland, in de periode van 15 april 2024 tot en met 17 mei 2024, zijn verzameld. Voor de aanbevelingen om de betrokkenheid van studenten binnen de Europese Unie te vergroten is gebruikgemaakt van een combinatie van deze inzichten, met in het bijzonder aandacht voor de ideeën en opvattingen van studenten die verzameld zijn in de survey.

Literatuur over jongerenparticipatie in Nederlandse en Europese verkiezingen wijst uit dat meerdere factoren invloed hebben op de keuze van jongeren om wel of niet te gaan stemmen, en als ze gaan stemmen, waar die stem op gebaseerd is. In de Europese verkiezingen van 2014 en 2019 gingen respectievelijk 18% en 35% van de jongeren (18-24) stemmen. Redenen die uit onderzochte literatuur naar voren kwamen om niet te gaan stemmen zijn: een democratic deficit in de opmaak van de EU, het (relatief) korte bestaan van de Europese democratie en verkiezingen, een tekort aan informatie over de Europese politiek, een gebrek aan vertrouwen in de Europese politiek en sociaal-economische omstandigheden die invloed hebben op informatievoorziening over de EU. Ook is er een positief verband tussen sociaal-economische status en het opleidingsniveau van jongeren en het opkomstpercentage in de Europese verkiezingen. Verder blijkt dat, door de politieke cultuur en het meerpartijensysteem, jongeren het lastig vinden om een keuze te maken op welke politieke partij te stemmen. In de Europese verkiezingen is dat nog meer het geval, omdat veel jongeren het zien als een second- order election en daarom vaker een proteststem uitbrengen.

De geïnterviewde academici benadrukten het belang van het stimuleren van praktisch geschoolde studenten en jongeren met een migratieachtergrond in de Europese politiek. Informeren over de werking van de Europese Unie kan het negatieve beeld van de EU onder studenten veranderen en zorgen dat de Europese verkiezingen minder vatbaar zijn voor proteststemmen. De Europese Commissie is bezig met het enthousiasmeren en activeren van Europese studenten, dus ook de Nederlandse, voor de Europese politiek door middel van verschillende initiatieven zoals de Conference on the Future of Europe. Ook alle geïnterviewde politici zagen het belang in van het activeren van Nederlandse studenten in de Europese politiek. Hoewel hun politieke overtuigingen (met opzet) van elkaar verschilden, was er breed draagvlak voor het stimuleren van jongerenparticipatie via bijvoorbeeld jongerenpartijen.

De geïnterviewde studenten, van zowel mbo, hbo en wo, waren geen van allen eurosceptisch. Wel hadden ze verschillende ideeën over met welke beleidsterreinen de EU zich bezig zou moeten houden. Dit waren (in deze volgorde): economische samenwerking, klimaat en migratie. Ook gaven ze aan de EU meer als een ‘ver- van-mijn-bed-show’ te zien dan de nationale politiek. Ideeën die werden geopperd om studenten meer te betrekken bij de Europese politiek waren: lidmaatschap bij politieke partijen stimuleren, het benutten van social media voor informatievoorziening en het beter integreren van onderwijs over de EU in het curriculum van middelbare scholen.

De respondenten in de enquête hadden een positiever beeld van ‘pro-EU’-partijen zoals PvdA/GL en D66 dan eurosceptische partijen zoals de PVV. Een overgrote meerderheid was tegen een Nexit en wel van plan te gaan stemmen in de aankomende Europese verkiezingen. Er was een grote mate van belangstelling voor de EU en de belangen van studenten, maar fors minder kennis over de werking van het Europees Parlement en de EU in het algemeen. Klimaat was veruit het belangrijkste thema voor studenten, gevolgd door migratie, veiligheid, mentaal welzijn en huisvesting. Studenten werden het liefst geïnformeerd over de EU via onderwijs, social media en ontmoetingen met Europese politici.

Dit onderzoek is opgezet vanwege onbegrip over en de lage opkomst bij de Europese verkiezingen onder studenten. Uit de expertinterviews is gebleken dat dit het meest urgent is onder praktisch opgeleide mensen. Ook pleiten veel geïnterviewde politici voor ‘jongeren jongeren laten informeren en activeren.’ Er kwam weinig euroscepsis naar voren uit de interviews met studenten en de survey. Dit valt deels te verklaren doordat voornamelijk wo-studenten de survey hebben ingevuld. Resultaten uit deze twee methoden duiden meer op een algemene interesse in de EU onder studenten, maar onbegrip over de precieze werking hiervan. Zelfs studenten die ‘pro-EU’ zijn, missen alsnog vaak kennis over de EU. Door hen gesuggereerde manieren om hen te informeren en activeren zijn het onderwijs, social media en ontmoetingen met Europese politici. Klimaat is voor hen veruit het belangrijkste thema, gevolgd door migratie, veiligheid, mentaal welzijn en huisvesting.

De hieruit volgende aanbevelingen zijn gericht op experts (Europarlementariërs, Commissieleden en politieke partijen) en studenten zelf. Experts zouden via andere kanalen en boodschappen studenten bereiken, onder andere door persoonlijk contact, social media en het onderwijs. Studenten wordt aangeraden vaker met anderen het debat aan te gaan over de EU, via betrouwbare bronnen zelf onderzoek te doen en zich aan te sluiten bij jongereninitiatieven zoals jongerenpartijen om actiever te worden in de Europese politiek.

Het rapport is overhandigd aan Europarlementariërs, Tweede Kamerleden, Europese Commissieleden en Europees Parlement Kandidaten.

/
/