Onder Invloed: onderzoek naar middelengebruik binnen studentenhuizen en studentenverenigingen

In dit onderzoek hebben Lieve Mark, Time Out en Waar Trek Jij De Lijn? gezamenlijk
onderzoek gedaan naar het middelengebruik (alcohol, tabak/vape en soft-/
harddrugs) binnen studentenhuizen en studentenverenigingen. Daarbij is expliciet
stilgestaan bij de vraag hoe het middelengebruik onder deze hbo- en wo-studenten,
die uitwonend zijn en lid van een studentenvereniging, afwijkt van het middelengebruik
onder de algehele hbo- en wo-studentenpopulatie, zoals gemeten in de Monitor
Mentale gezondheid en Middelengebruik Studenten hoger onderwijs 2023 van het
Trimbos-instituut. Ook is gekeken naar de invloed van de sociale omgeving, zoals
de rol van studentenhuizen, -verenigingen en groepsdruk, en de motieven voor het
gebruik. Daarmee is dit onderzoek een aanvulling en verdieping op bestaande kennis
over middelengebruik onder hbo- en wo-studenten en een poging tot identificatie
van een nieuwe risicogroep voor middelengebruik.

Om de robuustheid van de conclusies te vergroten is voor dit onderzoek data verzameld
aan de hand van drie verschillende methoden: een participatief ontwikkelde survey (door
Lieve Mark), het interactief onderzoekstheater COKE SHOW (door Time Out, Lieve Mark
en In Plaats van Verkering) en een interactief symposium (door Waar Trek Jij De Lijn?). In
totaal zijn circa 5000 studenten uit heel Nederland bereikt met de survey, theatervoorstellingen
en symposia, van wie meer dan 2000 studenten betrokken zijn bij dit onderzoek
als respondent. Een deel van de aanbevelingen is gebaseerd op twee verschillende
focusgroepen met circa 50 bestuurders van studentenverenigingen in Leiden.

PREVALENTIE, FREQUENTIE EN HOEVEELHEID
De prevalentie (laatstejaar- en ooitgebruik) van alle middelen ligt in de onderzochte doelgroep
hoger dan onder de algehele studentenpopulatie. In het geval van laatstejaargebruik
van harddrugs zoals XTC/MDMA, cocaïne en ketamine ligt het zelfs 4 tot 6 keer hoger.
Het grootste deel (89 procent) van de studenten drinkt (bijna) dagelijks of een paar keer
per week alcohol. Voor roken is dit 42 procent. Bij drugs geldt dat de studenten die gebruiken,
dit vaak minder dan maandelijks doen of één keer hebben gedaan. Bij harddrugs,
zoals XTC/MDMA, cocaïne en ketamine is er een minderheid van circa 5 procent die
maandelijks of frequenter deze middelen gebruikt. Qua softdrugs geeft wel 34 procent van
deze doelgroep aan maandelijks of frequenter te blowen.

Gemiddeld drinkt deze doelgroep 29 glazen alcohol per week. 76 procent van de mannen
en 60 procent van de vrouwen drinkt overmatig. Overmatig drinken wordt daarbij gedefinieerd
als 21 glazen per week of meer voor mannen of 14 glazen of meer voor vrouwen.
Het gemiddeld aantal glazen alcohol per week ligt circa 2 keer hoger onder mannen dan
onder vrouwen. Ook ligt het 1,5 keer hoger onder jongerejaars leden dan onder ouderejaars
leden. Jongerejaars mannen lopen extra risico, zowel qua prevalentie en frequentie
van roken en drugsgebruik als qua totale alcoholconsumptie per week.

SOCIALE OMGEVING
Drugsgebruik vindt voornamelijk plaats op festivals en binnen het eigen of andermans
studentenhuis. Het vindt vrijwel nooit plaats op de studentenvereniging. Het wonen in een
studentenhuis hangt samen met hoger laatstejaargebruik van tabak, vape, cannabis, XTC/MDMA, cocaïne en ketamine. Studenten in studentenhuizen drinken, roken en blowen
ook vaker maandelijks of frequenter dan studenten die niet in een studentenhuis wonen.
Bovendien drinken ze 2 keer zo veel glazen alcohol per week. In officiële verenigingshuizen
wordt meer alcohol gedronken en er wordt vaker maandelijks of frequenter gerookt.
42 procent van deze studenten vindt dat excessief alcohol drinken bij het studentenleven
hoort. Ook geeft 37 procent aan drugsgebruik om hem of haar heen normaal te vinden.
Men zegt overwegend dat er door hun leeftijdsgenoten te veel wordt gedronken, gerookt
en gebruikt. 50 procent maakt zich zorgen over het drugsgebruik om zich heen, terwijl dit
bij roken of vapen 34 procent is.

Een kwart of minder geeft aan sociale druk te ervaren vanuit de studentenvereniging,
jaargenoten en/of ouderejaars leden. Toch zegt 81 procent wel eens alcohol tegen zijn
of haar zin te hebben gedronken. Voor softdrugs geldt dat 15 procent wel eens heeft
gebruikt, zonder daar zin in te hebben. Voor harddrugs is dit 9 procent.

MOTIEVEN
De belangrijkste motieven om wel middelen te gebruiken zijn sociaal van aard, bijvoorbeeld
vanwege de ‘gezelligheid’ of omdat vrienden het ook doen. Persoonlijke motieven,
zoals ‘fysiek fijn gevoel’, en maatschappelijke normen (‘hoort bij het studentenleven of mijn
vereniging’) spelen ook een rol.

De belangrijkste motieven om geen middelen te gebruiken zijn juist persoonlijk van aard.
Voor verreweg de meeste studenten speelt gezondheid de grootste rol. Pas daarna volgen
motieven zoals stress en slechte studieresultaten of de prijs, ook persoonlijke motieven.
Sociale motieven, zoals oppervlakkig sociaal contact en angst voor het oordeel van anderen,
lijken geen belangrijke overweging om niet te gebruiken. Maatschappelijke motieven,
zoals criminaliteit en overlast, spelen een nog minder grote rol om niet te gebruiken.

Trefwoorden: studenten, middelengebruik, alcohol, roken, drugs, hoger onderwijs,
studentenvereniging, studentenhuis, groepsdruk, cultuur, normen